
JEZUS’ VERNEDERING
Gij, Heer, schiept aller dingen zijn; Gij werdt voor ons gering en klein ; Gij legt U neer op 't dorre gras, dat voer voor os en ezel was.
Al was de wereld ééns zoo wijd met edelsteenen geplaveid, toch was het al U nog te klein, te eng om U een wieg, te zijn.
Uw hermelijnen Koningtooi is ...

Allerlei.
Wat een mensch wel en niet kan. Op zekeren dag bracht een man een stuk laken in de ververij, om dat zwart geverfd te krggen. | Dit geschiedde. Het was zoo goed uitgevallen, dat hg met een stuk zwart laken tot den verver ging met het verzoek, dat wit te verven. De v ...